Wat is Ventilus?

Ventilus bestaat uit verschillende onderdelen die we in de startnota "bouwstenen" noemen. Dat noemen we de bouwstenen van Ventilus:

Wil je graag elk bouwblok in detail doornemen? Lees er dan meer over in de startnota

Aankomstlocatie kabels van windmolenparken op zee

De elektriciteit van de nieuwe windmolenparken op zee wordt aan land gebracht door kabels. Hiervoor zijn er 6 à 7 kabelcircuits nodig met een spanningsniveau van 220 kV. De kabels komen toe op het land en worden daar aangesloten op kabels die naar het hoogspanningsstation lopen. Eenmaal de kabels aan elkaar gemonteerd zijn of “vermoft”, wordt het strand hersteld in zijn oorspronkelijke staat en merk je niets meer van die werken. 

Binnen Ventilus zijn er 8 mogelijke aanlandingslocaties. Deze bevinden zich in Koksijde, Oostende, Bredene, De Haan - Vosseslag, De Haan - Zwarte Kiezel, Wenduine west, Wenduine oost en Zeebrugge. Je ziet ze op de kaart hieronder. Meer info lees je in de startnota.

Naar boven

Verbinding tussen het strand en het nieuwe hoogspanningsstation

Vanaf de aankomstlocatie van de kabels op zee tot het nieuwe hoogspanningsstation gebeurt de aanleg van de hoogspanningsverbindingen ondergronds. Dit kan ondergronds omdat deze kabels uitgebaat worden op een lager spanningsniveau (220kV).  De 6 à 7 kabelcircuits kunnen ofwel naast elkaar in één grote sleuf worden geplaatst of indien nodig opgesplitst worden in twee sleuven van 3 circuits. Indien gewerkt wordt met een tussenstation nabij de kust, kan het aantal circuits 220kV tussen het tussenstation en het nieuwe hoogspanningsstation beperkt worden tot 4 220 kV-kabelcircuits, met een hogere transportcapaciteit per kabel.

De grootte van de sleuf van die verbindingen is afhankelijk van de benodigde transportcapaciteit en de locatie (wegenis, industrie- of landbouwgronden) en kan daardoor variëren van 5m tot 20m breedte.

Bij ondergrondse verbindingen dient er extra infrastructuur geïnstalleerd te worden om de elektrische effecten van die ondergrondse verbinding te compenseren, zijnde spoelen (of “shuntreactoren”) en filters.

De spoelen compenseren het reactieve vermogen. Afhankelijk van de totale lengte van de verbinding van op zee tot aan het nieuwe hoogspanningsstation, zal het nodig zijn om een tussenstation te realiseren waar deze reactieve compensatie kan geplaatst worden. Voor een totale lengte van 70km kan dit bijvoorbeeld oplopen tot 14 spoelen. Bijkomende studies zullen bevestigen of een tussenstation al dan niet noodzakelijk is.

De filters zijn installaties die ongewenste signalen of ruis wegfilteren, die kunnen voorkomen bij het toepassen van langere ondergrondse verbindingen. Vooral in het nieuwe hoogspanningsstation waar de lange ondergrondse verbindingen 220kV van op zee toekomen, is de kans groot dat een filter nodig is. Verdere studies zijn lopende om de nood en opbouw van deze filter verder te bepalen.

 

Naar boven

Hoogspanningsstation

Het nieuwe hoogspanningsstation vormt een knooppunt waarop de elektriciteit van de windmolenparken toekomt en verdeeld wordt naar het binnenland. In dit station wordt de elektriciteit van op zee (220 kV) getransformeerd naar een hogere spanning (380 kV) zodat de elektriciteit efficiënter getransporteerd kan worden. Er zijn meerdere locaties mogelijk voor het hoogspanningsstation. Ruimtelijk is de voorkeur te geven aan locaties aansluitend op of nabij bestaande hoogspanningsstations. Maar ze kunnen ook gerealiseerd worden op bedrijventerreinen. 

In het station zal zowel schakelapparatuur op een spanningsniveau van 220kV als 380kV nodig zijn, alsook transformatoren om de spanning om te zetten. De schakelapparatuur is gasgeïsoleerd en wordt opgesteld in een gebouw. Alle installaties samen nemen zo’n 6,5ha in beslag.

Binnen Ventilus zijn er 10 mogelijke locaties voor het nieuwe hoogspanningsstation. Je ziet ze op de kaart hieronder. Meer info lees je in de startnota.

Naar boven

Verbinden van het nieuwe hoogspanningsstation met het bestaande netwerk

Om de elektriciteit verder te verdelen naar de verbruikers moet het nieuwe hoogspanningsstation verbonden worden met het bestaande netwerk door middel van een nieuwe verbinding van 6 GW. Dat doen we door aan te sluiten op het station Avelgem, een bestaand knooppunt in het zuiden van West-Vlaanderen en op de Stevin-as, een bestaande luchtlijn in het noorden van West-Vlaanderen waarop de eerste reeks windmolenparken werd aangesloten.

Voor het transporteren van grote hoeveelheden elektriciteit is een luchtlijn de beste oplossing. Het is een gekende en betrouwbare technologie en wordt daarom gebruikt voor de hoofdtransportwegen van het Belgische en Europese elektriciteitsnet.

Onderstaande afbeelding toont de onderdelen van zo’n luchtlijn met 2 circuits (of draadstellen) waarbij elk draadstel bestaat uit 3 fasen met voor elke fase 4 geleiders.

Binnen het gehele project Ventilus kan er van deze verbinding in totaal maximaal 8 km ondergronds gelegd worden (lees hier waarom ondergronds). Anders komt de veilige uitbating van het elektriciteitsnet in het gedrang. Dat wordt bevestigd door verschillende studies maar ook door Belgische academici. 

Waar de nieuwe lijn het tracé van een bestaande lijn zal volgen, worden de bestaande masten vervangen door compacte vakwerkmasten met isolerende mastarmen. Die zijn vergelijkbaar met een klassieke 150 kV-mast met een gelijkaardig, compact mastsilhouet. Dit masttype is geoptimaliseerd op vlak van hoogte en breedte en elektromagnetische velden. Hieronder zie je het verschil tussen een 150 KV mast klassiek (links) en een 380 kV compacte mast (rechts). 

Verschil 150 kV mast en 380 kV mast

Meer info lees je in de startnota.

Naar boven

Verbinding van het nieuwe hoogspanningsstation tot in Avelgem

Vanuit Avelgem loopt er al een bestaande verbinding tot in Izegem. De transportcapaciteit van die verbinding kan tot de vereiste capaciteit verhoogd worden door de bestaande geleiders te vervangen door een nieuw type hoogperformante geleiders. De aanpassingen aan de bestaande verbinding en de visuele impact blijven daardoor beperkt. Het station in Izegem wordt uitgebreid met een nieuw 380 kV-hoogspanningsstation vanwaar een nieuwe verbinding vertrekt richting de Stevin-as.

Naar boven

Sluiten van de lus

Om een betrouwbaar en sterk toekomstgericht net te bouwen, wordt de West-Vlaamse lus gesloten. Dat kan op twee manieren:

  • Rechtstreekse aansluiting op het station Stevin in Zeebrugge met een verbinding van 6 GW.
  • Aansluiting op station Gezelle in Brugge (De Spie) met een verbinding van 6 GW én realisatie van een ondergrondse verbinding van 2 à 3 GW tussen Gezelle en Stevin.

Mogelijke locaties voor die verbinding vind je in de startnota.

Naar boven

Conversiestation

De verbinding met het Verenigd Koninkrijk (project Nautilus) wordt uitgevoerd in gelijkstroom of DC (Direct Current) aangezien dat de beste technologie is voor een lange onderzeese verbinding tussen twee elektriciteitsnetten. Om die gelijkstroom aan land terug om te zetten in wisselstroom of AC (Alternating Current), is een conversiestation nodig.

Conversiestation

Naar boven