Waarom kan Ventilus niet volledig ondergronds?

De nieuwe Ventilus hoogspanningsverbinding moet sterk en betrouwbaar zijn. De keuze van technologie is daarbij heel belangrijk. Uit studies blijkt dat een bovengrondse luchtlijn in wisselstroom de beste oplossing is voor Ventilus. De nieuwe verbinding kan maximum 8 à 12 kilometer ondergronds worden gelegd. Hieronder lees je waarom dit het geval is.

 

Ventilus als onderdeel van elektriciteitsnet

Het Ventilus project zal deel uit maken van de ruggengraat (380kV) van het Belgische elektriciteitsnet. De hoogspanningsverbinding is essentieel voor het transport van elektriciteit van de windmolenparken in de Noordzee en onderzeese verbindingen met buurlanden (interconnecties).

Ventilus is nodig om de bestaande Stevin-lijn in te lussen in het Belgische elektriciteitsnet. Deze hoogspanningslijn vormt vandaag een antenne in het elektriciteitsnet. Bij een incident of defect op deze verbinding verliest België vandaag haar productie en import van energie vanuit de Noordzee.

Met Ventilus wordt het elektriciteitsnet in West-Vlaanderen ‘vermaasd’ waardoor meerdere onderlinge verbindingen worden gecreëerd. Om redundantie te bieden voor de Stevin-lijn en bijkomende capaciteit aan te sluiten, moet Ventilus in totaal 6 gigawatt (GW) aan elektrisch vermogen kunnen transporteren.

 

Klik op de afbeelding om te vergroten.

 

Voordelen van luchtlijn in wisselstroom

Het elektriciteitsnet in West-Europa bestaat voor 98% uit wisselstroom. Dat is geen toeval. Wisselstroom heeft enkele belangrijke voordelen. Via deze technologie kan elektriciteit eenvoudig getransformeerd worden naar andere spanningsniveaus. Dit maakt de uitbating van het elektriciteitsnet minder complex.

Dankzij de uitvoerige toepassing is een verbinding in wisselstroom makkelijk in te lussen in het bestaande elektriciteitsnet. Een bovengrondse luchtlijn in wisselstroom is eenvoudig uit te breiden en waar nodig kunnen aftakkingen worden voorzien. Dit is een zeer betrouwbare en bewezen technologie.

 

Ongewenste effecten bij ondergrondse kabels

Ventilus aanleggen als ondergrondse kabelverbinding in wisselstroom brengt risico’s met zich mee. Een ondergrondse kabelverbinding met een dergelijk vermogen (6GW) werd nog nooit gerealiseerd voor zo’n lange afstand (50 à 100 km). Daar zijn verschillende redenen voor.

Ondergrondse kabels gedragen zich elektrisch anders dan luchtlijnen. Bij kabels ontstaat reactief vermogen. Dat is een soort “bijproduct” dat leidt tot een verlies van transportcapaciteit. Om dit te compenseren moeten extra toestellen (bijvoorbeeld spoelen) worden geïnstalleerd.

Door de combinatie van kabels en spoelen ontstaan resonanties. Dit is vergelijkbaar met een radio waarbij meerdere stoorzenders continu van frequentie veranderen. Kabels en spoelen kunnen een soortgelijke ‘verstoring’ veroorzaken in het naburige elektriciteitsnet. Dit brengt de stabiliteit van het elektriciteitsnet in gevaar. Hoe langer de kabelverbinding, hoe groter het risico op deze ongewenste effecten.

 

Meer ondergrondse kabels nodig

Hoogspanningsverbindingen produceren warmte. Bovengrondse luchtlijnen geraken die warmte makkelijk kwijt aan de buitenlucht. Ondergrondse kabels koelen minder goed af. De warmte kan minder goed afgevoerd worden via de grond. Daardoor zijn meer ondergrondse kabels in parallel nodig om hetzelfde vermogen te transporteren als een luchtlijn.

Ventilus heeft een transportcapaciteit van 6 gigawatt nodig, bestaande uit 2 circuits van 3 gigawatt. Bij een ondergrond met een gemiddelde warmtegeleiding zijn drie ondergrondse kabels per circuit nodig. Ter vergelijking: bij een bovengrondse luchtlijn kunnen twee circuits aangelegd worden met één circuit aan elke zijde van de hoogspanningsmast.

 

Bij Ventilus: 8 à 12 km ondergronds

Uit studies blijkt dat Ventilus op een betrouwbare manier over een afstand van 8 km ondergronds gerealiseerd kan worden. Hoe langer de kabelverbinding, hoe groter het risico op ongewenste effecten. De maximum aanvaardbare resonantie bevindt zich bij 8 kilometer ondergronds net buiten de gevarenzone. De situatie aan de kust is reeds ingewikkeld. Dit komt door de aanwezigheid van andere ondergrondse kabels in het West-Vlaamse elektriciteitsnet: kabels uit de zee, ondergrondse gedeelte Stevin-verbinding, kabels op andere spanningsniveaus, …

Bij een ondergrond met een goede warmtegeleiding kan het benodigde aantal kabels voor Ventilus verminderen naar twee kabels per circuit. Daardoor kan de lengte van het ondergrondse deel eventueel verhoogd worden naar 12 kilometer. Wanneer het concrete traject voor Ventilus bepaald is, kan de warmtegeleiding van de ondergrond worden getest via grondstalen.

Hoogspanningsbeheerders in het buitenland komen niet tot langere afstanden voor ondergrondse kabels met een transportcapaciteit van 6 gigawatt. Bij het Ventilus project worden de limieten opgezocht van wat technisch haalbaar is, dit zonder onverantwoorde risico's te nemen.


Een groep van onafhankelijke experten heeft de technologiekeuze voor Ventilus gedubbelcheckt. Deze experten bevestigen dat mogelijkheden voor het volledig ondergronds brengen van Ventilus voldoende zijn onderzocht. Bovendien concluderen zij in een samenvattend rapport dat 8 à 12 kilometer ondergronds kan worden gelegd. Dit is afhankelijk van de samenstelling van de ondergrond.

 

Lees meer over gerelateerde thema’s